De ontdekking van vaccins
Geen kwestie van toeval
De kiem van vaccins werd al eeuwen geleden gelegd. Zo stelden Oude Atheners al vast dat ‘overlevers’ van een bepaalde besmetting later immuun of beter bestand werden tegen de ziekte. Toch duurde het nog tot 1796 tot het eerste echte vaccin het licht zag: dat tegen pokken.
Hoe infectieziekten onze geschiedenis bepaalden
Sla een geschiedenisboek open, en je denkt al snel dat oorlog of revoluties onze geschiedenis bepaald hebben. Maar pandemieën hebben minstens een even groot aandeel. Zo was één van de oorzaken van de val van het Romeinse Rijk de Antoniusplaag. Zeven miljoen Romeinen lieten het leven door een combinatie van pest, pokken en mazelen.
Andere voorbeelden à volonté. Zo stierf in het begin van de 14de eeuw een kwart tot de helft van de Europese bevolking aan de pest. En waren er ook nog Columbus en zijn manschappen, die 8 miljoen mensen in het Caraïbisch gebied de dood injoegen door hen te besmetten met pokken, influenza, tuberculose en gonorroe. Dichter bij huis was er dan weer de Spaanse griep van 1918. Die maakte naar schatting 22 tot 40 miljoen slachtoffers wereldwijd.
De ontdekking van variolatie
Het waren de Chinezen, in de 15de eeuw, die de basis legden voor vaccins. In die tijd teisterden pokken of variola de mensheid. Van wie besmet raakte, stierf Eén op de drie aan de ziekte, met honderdduizenden doden als gevolg.
Om hun kinderen te behoeden voor pokken, dienden de Chinezen hen extracten uit gedroogde huidkorsten van besmette personen toe. Daardoor kregen de kinderen doorgaans een mildere vorm van de ziekte, en waren ze (grotendeels) beschermd tegen een volgende infectie. De techniek werd variolatie genoemd.
Aan het begin van de 18de eeuw introduceerden Britse diplomaten na hun verblijven in het Oosten variolatie in Europa. De Europeanen hapten niet massaal toe, want de techniek was niet feilloos. Toch was de interesse gewekt.
La vache qui (gué)rit
Na verloop van tijd legden wetenschappers een link met een mildere variant van het menselijke variolavirus: het koepokkenvirus. Men zag namelijk dat veel boeren die ooit met het koepokkenvirus besmet raakten, nadien immuun bleken voor de menselijke variant.
Met dat idee ging dokter Edward Jenner in 1796 aan de slag: uit koepokkenzweren op de handen van een lokaal melkmeisje isoleerde hij een extract waarmee hij het achtjarige zoontje van zijn tuinman besmette. Twee maanden later infecteerde hij het jongetje met de menselijke variant van het pokkenvirus. Het jongetje bleef gezond.
Opmerkelijk, zeker omdat toen nog niemand wist dat pokken veroorzaakt werd door een virus. En omdat men nog geen idee had hoe de menselijke afweer werkt.
Referenties
- Akkaya M, Kwak K, Pierce SK. B cell memory: building two walls of protection against pathogens. Nat Rev Immunol. 2020 Apr;20(4):229-238. doi: 10.1038/s41577-019-0244-2.
- Engelen F. De bijzondere geschiedenis van het vaccin. EOS Wetenschap. 13 April 2020.
- Kapikian AZ, Mitchell RH, Chanock RM, Shvedoff RA, Stewart CE. An epidemiologic study of altered clinical reactivity to respiratory syncytial (RS) virus infection in children previously vaccinated with an inactivated RS virus vaccine. Am J Epidemiol. 1969 Apr;89(4):405-21. doi: 10.1093/oxfordjournals.aje.a120954.
- Riedel S. Edward Jenner and the history of smallpox and vaccination. Proc (Bayl Univ Med Cent). 2005 Jan; 18(1): 21–25.